Belastingdienst krijgt uiterlijk 31 januari 2027 cryptogegevens over heel 2026

Nederlandse cryptodienstverleners houden sinds 1 januari 2026 klant- en transactiegegevens bij voor de Belastingdienst. Aanbieders moeten de eerste levering over heel 2026 uiterlijk 31 januari 2027 doen. Ook transacties die volledig binnen Nederland plaatsvinden, vallen onder de rapportageplicht.
Wet geldt met terugwerkende kracht vanaf januari 2026
De Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva is op 1 april ondertekend en verscheen negen dagen later in het Staatsblad. De Belastingdienst bevestigt op zijn pagina over DAC8 en CARF dat de regels terugwerken tot 1 januari.
In het kort
- Klanten die op 31 december 2025 al een relatie met een aanbieder hadden, moeten uiterlijk 1 januari 2027 een eigen verklaring over hun fiscale woonplaats hebben afgegeven.
- Gerapporteerd worden onder meer naam, adres, fiscale woonplaats en fiscaal identificatienummer. Bij klanten die in de Basisregistratie Personen staan, is dat het burgerservicenummer.
- De eenmalige lasten voor Nederlandse aanbieders raamt de memorie van toelichting op 25 tot 30 miljoen euro, structureel ruim 2 miljoen euro per jaar.
De richtlijn zelf schrijft geen uiterste rapportagedatum voor. Het kabinet koos 31 januari omdat de Belastingdienst de aangiften inkomstenbelasting vanaf maart beoordeelt en de gegevens daarvoor eerst op bruikbaarheid moet toetsen. Dezelfde datum geldt al voor banken en platformexploitanten.
Wat aanbieders precies doorgeven
Aanbieders leggen per klant de identificerende gegevens vast en stellen op basis van een eigen verklaring de fiscale woonplaats vast. Bij die controle mogen zij informatie gebruiken die ze al hebben, bijvoorbeeld uit hun Wwft-procedures.
Daarnaast gaat het om omwisseltransacties: aankopen en verkopen tegen euro's of andere officiële valuta, en ruil tussen cryptoactiva onderling. Per cryptoactivum rapporteert de aanbieder de naam van de munt, het aantal eenheden, het brutobedrag en de reële marktwaarde.
Retailbetalingen van meer dan 50.000 dollar vormen een aparte categorie. Die grens werkt niet als algemene vrijstelling; kleinere overboekingen kunnen onder een van de andere rapportagecategorieën vallen.
Ook binnenlandse transacties vallen onder de rapportageplicht
DAC8 draait om uitwisseling tussen landen. Nederland legde de plicht daarnaast vast in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zodat ook zuiver binnenlandse transacties worden gerapporteerd. Een Nederlandse klant bij een Nederlandse aanbieder komt daardoor ook in de datastroom terecht.
Het kabinet noemt dat nodig voor een gelijk speelveld en voor de werking van de interne markt. Aanbieders besparen daarmee werk: zij hoeven per gebruiker niet te bepalen of een transactie grensoverschrijdend is.
Opnames naar een eigen wallet vallen niet automatisch buiten de rapportage
Een opname naar een zelfbeheerde wallet valt niet automatisch buiten de rapportage. Als de aanbieder niet kan vaststellen dat een andere cryptodienstverlener het ontvangende adres aanhoudt, meldt hij de soort crypto, de waarde van de transactie en het aantal overboekingen.
Aan self-custody zelf verandert niets. Wie de privésleutels beheert, blijft dat doen. De stap van een rapporterende aanbieder naar die wallet laat wel gegevens bij de aanbieder achter.
Box 3 blijft ongewijzigd
DAC8 voert geen nieuwe belasting in en verandert de fiscale behandeling van crypto niet. De informatiepositie van de Belastingdienst verandert wel: vanaf 2027 kan de fiscus de opgave van de aanbieder voor het eerst structureel naast de aangiften van klanten leggen.
Voor landen buiten de EU geldt het Crypto-Asset Reporting Framework (CARF) van de OESO. Dat maakt uitwisseling mogelijk met staten waarmee een verdrag bestaat. Een buitenlandse aanbieder valt daarmee minder vanzelfsprekend buiten beeld.
Boetes gelden voor aanbieders
Wie opzettelijk of grofschuldig niet aan de rapportageplicht voldoet, riskeert een bestuurlijke boete van ten hoogste de zesde categorie, de hoogste boetecategorie in het Wetboek van Strafrecht. Ook strafrechtelijke vervolging is mogelijk. De sanctiebepaling geldt uitdrukkelijk alleen voor aanbieders en niet voor de gebruikers over wie zij rapporteren.
Aanbieders moeten hun klanten daarnaast eenmalig laten weten welke gegevens zij doorgeven. De kennisgeving moet uiterlijk op 31 januari na afloop van het kalenderjaar plaatsvinden; aanbieders mogen de vorm zelf kiezen.
