Bankman-Fried vraagt Hooggerechtshof om nieuw proces, celstraf loopt door

Sam Bankman-Fried vroeg donderdag het Amerikaanse Hooggerechtshof om een nieuw proces en om het schrappen van een verbeurdverklaring van 11 miljard dollar, een bedrag dat hij moet afstaan. De oprichter van cryptobeurs FTX zit een celstraf van 25 jaar uit en verloor in juni zijn hoger beroep, zijn beroep tegen de eerdere uitspraak. Het hof beslist eerst zelf of het de zaak behandelt; zijn straf loopt intussen door.
Twee vragen aan het hof
Bankman-Fried diende op 10 september een formeel verzoek in. CNN, dat het document inzag, meldde dat zijn advocaten de rechters twee vragen voorleggen.
In het kort
- Een jury in New York veroordeelde Bankman-Fried in 2023 voor zeven feiten, waaronder fraude, samenzwering en witwassen, het verbergen van de herkomst van geld.
- Het hof van beroep verwierp zijn bezwaren in juni unaniem, in een uitspraak van 42 pagina's.
- Vier van de negen rechters moeten vóór stemmen voordat het Hooggerechtshof een zaak inhoudelijk bekijkt.
De eerste vraag gaat over het bewijs op de rechtszitting. Aanklagers mochten laten zien dat FTX-klanten grote bedragen kwijt waren, terwijl de rechtbank de verdediging beperkte in bewijs dat FTX genoeg bezittingen had om die klanten later terug te betalen. Volgens de verdediging hadden FTX en zusterbedrijf Alameda Research alleen tijdelijk te weinig direct beschikbaar geld.
Waar de overheid een fraudetheorie hanteert waarbij het niet uitmaakt of slachtoffers geld hebben verloren, is bewijs dat suggereert dat mensen wél geld verloren afleidend en schadelijk. Jeffrey Fisher, advocaat van Bankman-Fried, tegen CNN
De tweede vraag gaat over het geld. Rechter Lewis Kaplan bepaalde dat Bankman-Fried 11,02 miljard dollar moet afstaan. Dat bedrag is berekend over wat aanklagers zien als de opbrengst van de misdrijven. Zijn advocaten noemen dat in strijd met het Achtste Amendement, het deel van de Amerikaanse grondwet dat buitensporige boetes verbiedt.
Het hof van beroep wees alles af
Een groep van drie rechters van het Amerikaanse hof van beroep voor het Second Circuit liet de veroordeling, de celstraf en de verbeurdverklaring in juni in stand. Dat hof leunde op een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2025, in een zaak over een aannemer die met valse verklaringen een overheidsopdracht binnenhaalde. Het Hooggerechtshof bepaalde daarin unaniem dat een leugen die iemand tot een transactie verleidt fraude kan zijn, ook als de dader niet van plan is economische schade te veroorzaken.
Het hof van beroep paste die lijn toe: het idee dat klanten uiteindelijk terugbetaald zouden worden, is geen verweer tegen het overmaken van hun geld aan Alameda. Ook het bezwaar over de 11 miljard hield geen stand. Verbeurdverklaring wordt naar Amerikaans recht berekend over wat een veroordeelde met de misdrijven binnenhaalde, niet over wat slachtoffers aan het eind nog missen. In augustus stuurde het hof de zaak formeel terug naar de rechtbank. Het vonnis bleef daarmee van kracht.
De terugbetaling van FTX-klanten staat los van de strafzaak. De faillissementsboedel, het geld en de bezittingen van een failliet bedrijf, keert uit volgens een goedgekeurd plan voor de afwikkeling van het faillissement. In juli ging bijna 900 miljoen dollar naar schuldeisers, partijen aan wie geld verschuldigd is, in de vijfde ronde. Een beslissing van het Hooggerechtshof verandert daar niets aan.
Het Hooggerechtshof beslist eerst over behandeling
Een verzoek indienen levert geen nieuw proces op en zet de straf niet stil. Het Hooggerechtshof moet de zaak eerst aannemen, en daarvoor zijn vier van de negen stemmen nodig. Wijst het hof het verzoek af, dan blijft het oordeel van het hof van beroep staan zonder dat er een nieuwe uitspraak over de rechtsvragen komt.
De Amerikaanse overheid mag nu reageren. Daarna kan het hof de zaak aannemen, afwijzen of om extra stukken vragen. Het hof geeft het verzoek eerst een dossiernummer en stelt een termijn vast voor de reactie van de overheid. Daarna bespreken de rechters het achter gesloten deuren.
