Eerste Kamer stelt stemming over Wet werkelijk rendement box 3 uit

Wat de Eerste Kamer besloot
De plenaire behandeling van het wetsvoorstel vond plaats op 30 juni 2026. Senatoren dienden tijdens het debat vier moties in. Bij een ordevoorstel vroeg senator Frans Crone (GroenLinks-PvdA) om de stemming over de wet zelf uit te stellen tot de Eerste Kamer de aangekondigde novelles behandelt. Dat zijn reparatiewetten waarmee de staatssecretaris van Financiën het voorstel nog wil aanpassen.
De stemming over de vier moties staat gepland voor 7 juli 2026. Een datum voor de stemming over het wetsvoorstel zelf is er nog niet.
Van fictief naar werkelijk rendement
Sinds 2017 belast de Belastingdienst vermogen in box 3 op basis van een fictief rendement. De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest van 24 december 2021 dat dit forfaitaire stelsel in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het wetsvoorstel vervangt de forfaitaire heffing door een belasting op het werkelijke rendement. De hoofdregel is een vermogensaanwasbelasting: de jaarlijkse waardeontwikkeling van bezittingen wordt belast, ook als die winst niet is gerealiseerd. Voor vastgoed en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting, die pas heft bij verkoop.
Crypto valt onder box 3 en daarmee onder de hoofdregel. Onder het nieuwe stelsel zou een crypto-houder dus jaarlijks belasting betalen over de koersstijging van zijn bitcoin of andere munten, ook zonder te verkopen. Een koersdaling is in datzelfde jaar aftrekbaar. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028.
De vier moties
De ingediende moties lopen sterk uiteen. Senator Peter Schalk (SGP) diende een motie in waarin de Kamer verklaart geen bezwaar te hebben tegen het intrekken van het wetsvoorstel. Martin van Rooijen (50PLUS) vroeg om een eenmalige verlaging van de dividendbelasting.
De moties van Bert Kroon (BBB) en Johan van den Oetelaar (FVD) richten zich op de doorontwikkeling naar een volledige vermogenswinstbelasting en op de verwachte langetermijnopbrengsten daarvan.
Vervolg
De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. Voor stemden SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD. Tegen stemden 50PLUS, DENK, SGP, ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, PVV en FVD.
In de Eerste Kamer ligt het lastiger. De uitkomst hangt nu af van de novelles die de staatssecretaris toezegde en van de behandeling daarvan. Tot die tijd blijft het huidige forfaitaire stelsel van kracht. De volledige stand van zaken is te volgen in het wetsdossier van de Eerste Kamer.
