Hoge Raad: geen Box 3-teruggave over 2017-2020 zonder bezwaar

In het kort
- De Hoge Raad wees op 25 juni in twee proefzaken de verzoeken van niet-bezwaarmakers af.
- Wie geen tijdig bezwaar maakte tegen de Box 3-aanslag over 2017-2020 krijgt geen verlaging.
- Het raakt iedereen met spaargeld, beleggingen of crypto in die jaren, ook bij een werkelijk rendement dat lager lag dan het fictieve.
- De rechter ziet rechtszekerheid als zwaarder wegend dan gelijke behandeling met de bezwaarmakers.
Crypto valt in Nederland onder Box 3, de belasting op vermogen. De uitspraak raakt daarmee ook crypto-houders die hun bezit in 2017 tot en met 2020 aangaven en destijds geen bezwaar maakten tegen hun aanslag.
Waar ging het om
Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad in het zogenoemde Kerstarrest dat de berekening van de Box 3-heffing oneerlijk was. De Belastingdienst ging uit van een geschat, fictief rendement dat vaak veel hoger lag dan de werkelijke opbrengst van spaargeld en beleggingen. Dat was in strijd met Europese regels.
Alleen wie op tijd bezwaar had gemaakt, kreeg de te veel betaalde belasting terug. De groep die geen bezwaar maakte, hoopte op dezelfde compensatie en vroeg de Belastingdienst de oude aanslagen alsnog te verlagen.
Het oordeel
De Hoge Raad wees die verzoeken in twee proefzaken af. De aanslagen over 2017 tot en met 2020 blijven daarmee definitief.
Volgens de rechter bestaat er een duidelijk juridisch verschil tussen iemand die op tijd bezwaar maakt en iemand die dat niet doet. De wettelijke regel dat een definitieve aanslag niet zomaar wordt aangepast vanwege een latere rechterlijke uitspraak, blijft overeind.
Dat belastingaanslagen op enig moment vaststaan, weegt volgens de Hoge Raad zwaarder dan het nadeel voor de spaarders en beleggers die destijds geen bezwaar maakten.
